'Ik hoorde zelfs dat hij moest huilen toen ik wegging bij Ajax'
Dinsdag, 2 maart 2021 om 08:00 • Chris MeijerLaatste update: 14:40

Terwijl zijn voormalig ploeggenoten Devyne Rensch, Jurriën Timber en Brian Brobbey vorige week met Ajax tegenover Lille OSC stonden in de Europa League, staat Noah Abid mogelijk op korte termijn in het Afrikaanse equivalent van dit toernooi. Tegenover Étoile du Sahel uit Tunesië, Salitas uit Burkina-Faso of ASC Diaraf uit Senegal. De 21-jarige middenvelder maakte in januari de op het eerste oog opvallende overstap naar Club Sportif Sfaxien, nadat hij een halfjaar zonder club had gezeten. Het avontuur in Tunesië betekent een bijzonder volgend hoofdstuk in het roerige levensverhaal van de voormalig jeugdspeler van Manchester City, Vitesse, Ajax en Almere City.

Door Chris Meijer

Noah, als je niet met voetbal slaagt, werk dan in ieder geval keihard. Dan ga je beloond worden in het leven, het maakt niet uit hoe. Als je hard werkt, komt er iets moois op je pad. Met die woorden van zijn stiefmoeder in het achterhoofd dacht Abid afgelopen maand nog een goed na. Moest hij ingaan op een aanbieding van Sfaxien? Een jaar eerder had hij een aanbod van de topclub uit het land waarvoor hij neo-international is nog laten schieten, omdat hij wilde doorbreken in Nederland. Maar inmiddels zat de middenvelder al ruim een halfjaar zonder club. Het zag er niet bepaald naar uit dat er in Nederland zich snel mogelijkheden zouden voordoen, aangezien de Onder-21-teams momenteel niet eens spelen. "Ik moest op een gegeven moment kiezen: ga ik werken? Of ga ik ergens anders voetballen? Ik kon niet de hele tijd thuis zitten en niks doen. Daarom heb ik voor het buitenland gekozen. Ik voetbal liever iedere dag dan dat ik ergens ga werken."

Het artikel gaat verder onder de video
Reacties PSV - Ajax | Tadic: 'Als Dumfries mij pussy noemt, kan 'ie wat terug verwachten'
Meer videos

De presentatie van Abid bij Sfaxien.

Dus vindt Abid zichzelf momenteel terug in Sfax, een havenstad in het oosten van Tunesië aan de Golf van Gabès. Nee, heel veel wist hij nog niet van zijn nieuwe woonplaats toen hij in januari voet op Afrikaanse bodem zette. En heel eerlijk gezegd: de Tunesische Ligue 1 of het Afrikaanse clubvoetbal volgde hij ook niet op de voet. "Nu volg ik het natuurlijk wel. Tunesië is een voetbalgek land, dus ik moet wel een antwoord hebben als mensen aan mij gaan vragen wie bepaalde spelers zijn", lacht Abid. Al snel na zijn komst merkte hij dat hij bij een grote club terecht was gekomen. "Toen ik aankwam, werd ik direct herkend. Sfaxien had al bekendgemaakt dat ze mij gingen halen, dus heel veel mensen herkenden me daardoor al." Niet voor niks draagt Sfaxien de bijnaam Juventus El Arab, vanwege de zwart-witte shirts. Maar ook vanwege de gevulde prijzenkast. Daar staan onder meer acht landstitels, vijf Tunesische bekers, drie CAF Confederation Cups en een CAF Cup in.

Toch bekent Abid in alle eerlijkheid dat het niet per se een droom was om de overstap naar Tunesië te maken. "Als je mij zes maanden geleden had verteld dat ik nu naar Tunesië zou gaan, zou ik zeggen: 'Je bent gek'." Maar Sfaxien toonde wel veel vertrouwen, juist iets dat hij de afgelopen jaren in Nederland heeft gemist. De Tunesische topclub bood hem niet alleen een, in de woorden van Abid, 'goed contract' aan, maar schetste tevens een duidelijk plan om hem aan spelen te laten toekomen. "Ze hadden me zien spelen bij Ajax en dat had ze kennelijk al overtuigd, want ik hoefde niet eerst te komen meetrainen. Bij Sfaxien kreeg ik een goed gevoel. Ik moest ook wel, ik wilde altijd voetballer zijn en heb altijd tegen mezelf gezegd dat daar mijn toekomst zou liggen. Daar was nu nog één kans voor, ik wil daar alles voor geven. Dit is eigenlijk mijn laatste kans. Ik had weinig opties en de tijd tikt, weet je. Als je mijn verhaal hoort, begrijp je misschien beter waarom ik deze keuze heb gemaakt."

Dat verhaal begint in principe als Abid zes jaar oud is en wordt opgenomen in de jeugdopleiding van Beerschot. Hij werd geboren in Den Haag, maar komt op zijn vijfde in België te wonen. "Ik heb een moeilijke jeugd gehad, weet je", verzucht Abid met een zachte stem, wanneer het gesprek op zijn einde loopt. Hij laat een stilte vallen. "Vroeger was ik vaak op straat aan het voetballen, omdat mijn moeder tot elf uur 's avonds niet thuis was. Dan was ik alleen buiten, wachtend op een bankje. Ik wist niet wanneer ze zou komen. Het was heel lastig, ik heb veel dingen meegemaakt. Dat hoort erbij, niet iedereen heeft een makkelijke jeugd. Het heeft mij een beter persoon gemaakt. Mentaal ben ik heel sterk geworden. Ik heb veel tegenslagen gehad, ik heb harde dingen meegemaakt."

Tussen zijn elfde en dertiende speelde Abid voor Manchester City.

Zijn ouders gingen na twee jaar in België te hebben gewoond uit elkaar. Abid ging daarna met zijn vader mee naar Engeland, omdat zijn biologische moeder niet voor hem kon zorgen. Het voetbal vormde in die tijd een uitlaatklep voor hem. Stockport County, dat tegenwoordig uitkomt in de National League, was in Engeland zijn eerste club. Een goed optreden op een schoolvoetbaltoernooi bezorgde hem op zijn elfde een plek in de jeugdopleiding van Manchester City. "Van een kleine club kwam ik naar Manchester City. Ik had zoveel stress, die spelers waren zó goed. Ik was verbaasd hoe goed ze waren. Ik speelde ook met Felix Nmecha (speelt nog bij Manchester City, red.), Tom Dele-Bashiru (speelt nu bij Watford, red.) en Omar Rekik (speelt nu bij Arsenal, red.). Zij waren van een ander niveau. Maar vooral Phil Foden, hij was echt niet normaal goed. Je kon zien dat hij het ging halen."

"Bij City was ik linksback en ik had zelfs op die positie echt moeite, ik was bang en verlegen. Ik zei niks, weet je. Mijn vader zat kort op mijn huid, ik moest presteren en daar had ik moeite mee. Het gaf stress, terwijl je op die leeftijd lekker moet voetballen. Mijn trainer zei dat ik moeite had met keuzes maken, passes bijvoorbeeld. Mijn vader zei dan juist dat ik alles naar de buitenkant moest spelen, niet naar het midden. Er kwam zoveel druk op me, daardoor wist ik op een gegeven moment niet welke keuze ik moest maken", vertelt Abid. Na vijf jaar in Engeland te hebben gewoond, keerde hij met zijn stiefmoeder - die hij is gaan beschouwen als zijn moeder - en halfbroertje terug naar Nederland. In Huissen vond Abid de rust en stabiliteit die hij tot dan in zijn leven heeft gemist.

"Ik ben blij dat ik met mijn stiefmoeder ben meegegaan. In mijn leven heb ik weinig rust gehad, dat was een goed moment. Ze was zo lief voor me, dat voelde zo goed. Ik bloeide, voelde me thuis en zo hoorde het te zijn." Direct na zijn terugkeer naar Nederland werd Abid uitgenodigd voor een stage bij Vitesse. Tijdens een training maakte hij een uitermate goede indruk, waardoor hij mocht blijven. "In Nederland heb ik rust gevonden, mijn thuissituatie was beter. Ik voelde me op mijn gemak, daardoor ging het met voetballen beter. Het scheelt als je rust hebt en iemand hebt die je steunt. Als je stress hebt, zit je met zoveel dingen in je hoofd. Bij Vitesse kon ik echt op het voetbal focussen. Mijn stiefmoeder heeft me geholpen om een betere voetballer te zijn. Ook al zegt ze niks, ze geeft geen tips. Maar gewoon qua rust en vrijheid, ze zei dat ik lekker moest gaan voetballen en moest vechten voor mijn dromen."

Joop Daniels houdt Abid van de bal tijdens de wedstrijd tussen PSV Onder-17 en Vitesse Onder-17 in 2017.

Het waren de woorden van zijn stiefmoeder die Abid op het rechte pad hielden, ook in de periodes dat hij het moeilijk had bij Vitesse. In Arnhem moest hij altijd knokken voor zijn plek én tegen sceptische reacties, van mensen die hem te klein en te iel vonden. Zelfs toen hij in zijn laatste jaar als eerstejaars A-junior basisspeler was in de Onder-19, zag de hoofd jeugdopleidingen het nog niet helemaal in hem zitten. 'Nee, we twijfelen over hem', kreeg Abid te horen toen hij met zijn zaakwaarnemer informeerde naar een profcontract bij Vitesse. "Dat was vreemd, want de trainer stelde me altijd op. Sterker nog, na de wedstrijd tegen PSV zei Mark van Bommel tegen mijn trainer Ben van Dael: 'Zo, die nummer zes is echt een goede speler'. Heitinga zei hetzelfde na de wedstrijd tegen Ajax. Als zulke mensen het al zien... Die hebben allebei op een WK gespeeld."

Heitinga bleek meer dan gecharmeerd te zijn van Abid. De trainer van Ajax Onder-19 complimenteerde hem al persoonlijk na afloop van de wedstrijd tegen Vitesse Onder-19. "Ik ben gaan douchen en ging daarna naar boven, waar mijn familie zat. Onderweg kwam ik een Ajax-mannetje in pak tegen. 'Noah, blijf je bij Vitesse?', vroeg hij aan me. Ik wist dat niet, omdat Vitesse twijfelde over me en me geen contract wilde aanbieden. 'De trainer is erg tevreden over je, het gaat goed komen volgend jaar', zei hij daarna." Toen Abid in de dagen erna een berichtje kreeg van Issam El Maach, zijn voormalig ploeggenoot bij Vitesse die al in Amsterdam speelde, begon hij te beseffen dat Ajax écht serieuze belangstelling voor hem had. 'Heitinga wil je écht hebben', schreef El Maach naar Abid. "Ik heb op een gegeven moment bij Vitesse gezegd: 'Als je toch niet in me gelooft, laat me dan transfervrij vertrekken'. Ook omdat ik wist dat Ajax me wilde hebben. Daar werd mee ingestemd, want ik mocht alleen blijven als linksback en moest direct zonder contract naar Jong Vitesse. Ik heb direct opgehangen na die boodschap, dat sloeg nergens op. Eigenlijk was de stap naar Ajax de beste revanche die je kon nemen op iemand die geen vertrouwen had."

"Ik heb bij Ajax de beste tijd in mijn carrière gehad, ik heb heel veel geleerd. Dat je zoveel kan veranderen bij een club, had ik niet verwacht. Ik werd een betere voetballer doordat ik met de beste spelers van Nederland speelde. Je moet onvoorspelbaar zijn, snel handelen en veel om je heen kijken. We trainden twee keer per dag en op een gegeven moment krijg je dan een goede band met je teamgenoten, ik zag hen vaker dan mijn familie", glundert Abid als zijn tijd bij Ajax ter sprake komt. In het begin van zijn eerste, en naar later bleek enige, seizoen in Amsterdam had hij nog geregeld een basisplaats, maar langzaam maar zeker verdween hij naar de reservebank. Abid heeft een realistische verklaring waarom hij er niet in slaagde om een plek in de eerste elf vast te houden.

"Ik heb bij Ajax de beste tijd in mijn carrière gehad, ik heb heel veel geleerd. Dat je zoveel kan veranderen bij een club, had ik niet verwacht."

"Ik deed het in het begin van het seizoen erg goed, maar ik vond het lastig om iedere wedstrijd een 8 of een 9 te halen. Door vermoeidheid, bijvoorbeeld. Als je dat niet deed, nam je concurrent jouw plek over. Ik had moeite om iedere wedstrijd op mijn top te spelen, dat kon ik me niet veroorloven. Na een slechte wedstrijd werd je direct gestraft. Dat was een beetje het probleem. Ik ben een gevoelige jongen, ik reageerde kwaad, negeerde de trainer drie dagen en ging boos voetballen. Op een gegeven moment draaide het team ook heel goed, dan is er weinig aanleiding om te wisselen", legt hij uit. "Tijdens mijn evaluatiegesprek vertelde Heitinga tegen me dat hij me in een wedstrijd tegen FC Utrecht getest had, door me op de bank te zetten. Om te kijken hoe ik zou reageren. Zo testen ze hoe je met tegenslagen omgaat. Toen dacht ik: had ik dat maar niet gedaan.. Maar dat weet je niet, ze doen het expres."

Na één jaar kreeg Abid te horen dat er voor hem geen plaats meer was, mede doordat talenten als Kenneth Taylor en de gebroeders Timber direct doorschoven naar Jong Ajax. Namens het beloftenteam maakte hij nog wel zijn debuut in het betaald voetbal, door in het competitieduel met Jong FC Utrecht (4-3 nederlaag) als invaller binnen de lijnen te komen. "Kenneth Taylor, Liam van Gelderen, Brian Brobbey, Deyvne Rensch, Jurriën en Quinten Timber, Sontje Hansen, Eros Maddy en Abdallah Aberkane", zo somt Abid op als gevraagd wordt met welke ploeggenoten uit zijn Ajax-tijd hij nog af en toe contact heeft. "En met Heitinga, hij was de persoon die me naar Ajax haalde. We hebben ups en downs gehad, maar we begrepen elkaar. Ik begreep waarom ik op de bank zat. Ik kon alleen alles geven en mijn best doen, meer kon ik niet doen. Hij zag dat, dat ik alles gaf. Ik had ook een hele goede band met Simon Tahamata. Ik hoorde zelfs dat hij moest huilen toen ik wegging, dat zegt een beetje hoe goede band ik met die mensen daar had."

Juist in de periode dat Abid te horen kreeg dat hij moest vertrekken bij Ajax, kreeg hij een verrassend bericht vanuit Tunesië. Toenmalig bondscoach Alain Giresse riep de zoon van een Tunesische vader op voor de vriendschappelijke interland tegen Irak, waarin Abid uiteindelijk negentig minuten op de reservebank zat. "Toen ik bij Ajax zat, zagen ze opeens dat ik Tunesiër was. Ze zijn me gaan volgen en op een gegeven moment gaf de bondscoach me een belletje dat ze me wilden oproepen. Het was een verrassing dat ik meteen bij het A-team mocht komen, ik had eerder het idee dat ik bij de Onder-19 of Onder-23 zou komen. Dat was wel mooi, het is natuurlijk wel een droom. Nederland heeft nooit interesse getoond, ik ben nooit opgeroepen. Als ik had moeten kiezen tussen Nederland en Tunesië, had ik misschien voor Nederland gekozen. Maar ja, dat is niet gekomen. En het scheelde ook dat direct het A-team kwam."

Namens Jong Almere City was Abid vorig seizoen goed voor drie doelpunten en een assist in twaalf wedstrijden in de Derde Divisie.

Door zijn status als neo-international kreeg hij direct na zijn vertrek bij Ajax al de mogelijkheid om naar Tunesië te vertrekken. Er was eveneens belangstelling van verschillende Premier League-clubs, maar Abid wilde graag in Nederland blijven. "Op een gegeven moment ging zelf Heitinga bellen, omdat hij niet begreep dat er geen Nederlandse clubs geïnteresseerd waren. Veel clubs twijfelden over mijn lengte en fysiek, daar keurden ze me van tevoren al op af. Maar de trainers die met me hebben gewerkt, waren altijd positief." Een overstap naar ADO Den Haag ketste op het laatste moment af, waarna hij zich aansloot bij Almere City. In de laatste maanden van het vorige door de coronapandemie afgebroken seizoen was Abid in principe basisspeler in het beloftenteam, dat uitkwam in de Derde Divisie. Het zag er naar uit dat er over een contract gesproken zou gaan worden, tot hij op het laatste moment ineens een belletje kreeg. Ondanks dat trainer Hedwiges Maduro het in hem zag zitten, wilde Almere City niet met hem verder.

"Omdat ik te klein was en het fysiek niet aan zou kunnen in de Keuken Kampioen Divisie. Ik had een aantal keer met het eerste meegetraind en de trainer was juist heel tevreden. Er waren zelfs al plannen dat ik mee zou gaan op trainingskamp. Met Jong Almere had ik in de Derde Divisie gespeeld, dat is ook mannenvoetbal. Niemand begreep waarom ik weg moest", zegt hij met een zachte stem. Er brak een lastig halfjaar aan, waarin Abid het mentaal lastig had. Mogelijkheden in Nederland deden zich niet voor, al helemaal niet meer toen het Onder-21-voetbal stil kwam te liggen. "Weet je", verzucht hij, "ik houd echt van Nederland, ik houd van Amsterdam. Tunesië was echt de laatste optie, wanneer er niks zou komen in Nederland. Die heb ik nu gepakt. Ik ga nog één keer mijn best doen en alles geven, dan zien we wel wat het brengt."

De eerste weken in Tunesië staan voor Abid vooral in het teken van wennen. Allereerst in conditioneel opzicht. Met een personal trainer werkt hij aan zijn fitheid, die te wensen overliet na een halfjaar praktisch te hebben stilgestaan. "Ik heb een keertje meegedaan met het positiespel, je hebt wel een paar leuke spelers. Maar het is vooral vechten en rennen. Dat is wel typisch voor het Afrikaanse voetbal. De oefeningen zijn anders, het is heel veel rennen, afwerken, partijtjes en weinig positiespel. Bij Ajax deden we alleen op één training al vier keer een positiespel." Ondanks zijn eerdere ervaringen bij de nationale ploeg, is ook de cultuur nieuw. "Ik wist bijvoorbeeld vandaag pas dat ik om elf uur moest gaan trainen, dat had ik eigenlijk een dag eerder al moeten weten. Die kleine dingetjes, snap je? Weekschema's bestaan wel, alleen ik kreeg het later binnen. Het is niet zo geregeld als bij Ajax, Vitesse of Manchester City. Het is soms verwarrend, ik beheers de taal ook nog niet heel goed. Dus het is lastig om te communiceren, je wil dingen vragen en niet iedereen spreekt Engels."

Toch voelt Abid zich goed opgevangen bij Sfaxien. "Ik ben alleen, terwijl ik een familiemens ben. Ik mis mijn familie. Maar het heeft tijd nodig en ik hoop dat ik meer op mijn gemak ga voelen, zodra ik de taal beheers. Ik ben Frans aan het leren en heb hier ook familie, die nemen me ook een beetje mee en laten me dingen zien. Wat dat betreft komt het wel goed", knikt Abid. Als iemand inmiddels mentaal sterk genoeg is om dit te kunnen omzetten naar een avontuur met een goede afloop, lijkt hij dat wel te zijn. Met een glimlach besluit Abid: "Ik wil gelukkig zijn en doen wat ik het beste kan, het liefste doe. Dat is voetballen."

 
Eredivisie
 
Ajax

Meer nieuws
Meer sportnieuws
Het is niet (meer) mogelijk om te reageren op dit document.
Reacties